2. Arrival
Wat een teringlange reis.
Ik schrok even toen ik bij de vertreksgate aankwam: een slordige 40% toch wel bestond uit dikke mannen met veel te veel handbagage, maar gelukkig zat ik tussen twee heel vriendelijke en normaal gebouwde mensen in. Het had eigenlijk zelfs voordeel om helemaal in het midden te zitten, want ik hoefde me van niemand iets aan te trekken, terwijl die arme mevrouw naast me telkens met dekentje en drankje en al uit haar stoel moest als ik even de benen wilde strekken.
Na het impulsieve doch zeer verstandige besluit om zo'n veel te duur unox-worstvormige nekbrace-hoofdkussentje aan te schaffen, was het voor het meerendeel van de eerste vlucht best prima vertoeven. Al werd je soms wel wat moedeloos als je na 3 films te hebben gekeken nog steeds pas op tweederde van die vlucht zat.
In Houston heb ik wonder boven wonder tussen 500 soorten douane waar je 500 soorten papieren moest laten zien, in een keer de weg gevonden naar de aansluitende vlucht richting de Bay City. Hier zat ik gelukkig aan het raampje, met zelfs een bufferstoel tussen mijzelf en mijn buurman! Onderweg heb ik daardoor toch mooi naar het Amerikaanse landschap kunnen staren en zelfs een sneak peek kunnen pakken van Grand Canyon-achtige taferelen.
Bij de baggage claim werd ik na aankomst netjes opgehaald door een vriendelijke Aziatische meneer, die niet eens in de buurt van San Francisco woonde (voor Nederlandse begrippen dan) en eigenlijk Uber-chaffeur was. Over de highway flyover de stad binnen komen rijden gaf wel een heel vet gevoel!
In de Columbus Residence werd ik meteen geholpen, alleen bleek dat de borg gewoon van m'n creditcard af ging, dus loop ik nu voor niets met 400 dollar cash op zak. Dan moet ik binnenkort maar eens een stripclub opzoeken waar ik dat kan vergooien (letterlijk). Nee hoor, grapje, dat zal ik heus niet doen. Want ik ben nog geen 21.
In ieder geval kwam ik mijn roommate toevallig al tegen in het trappenhuis; ik geloof dat hij 'Ander' heet (op z'n Amerikaans uitgesproken natuurlijk) en ergens in de buurt studeert. Hem zie ik morgen of maandag weer. Het voelt echt alsof ik zijn kamer in trek, omdat al zijn kleren, tassen, voedsel en playstations (ja, hij heeft er twee verdorie) overal al een plekje hebben. We zien wel hoe dat gaat, als ie maar een beetje gezellig is!
Het is hier nu half 9, en ik ga lekker slapen. Wat ik morgen ga doen, weet ik eigenlijk niet: dat zie ik dan wel weer!
1. Gaat ie dan
Het is zover!
Na een jaar thuiszitten en zo nu en dan een centje bijverdienen bij de AH (wat nu erg handig blijkt te zijn), ga ik dan toch eindelijk naar the Land of the Free, the Home of the Brave.
Stapels papieren met vliegtickets, boarding passes, travel authorizations, verzekeringspolissen, contactinformatie, tourvouchers en boekingsbevestigingen zijn geprint, en ook de andere gebruikelijke zooi is ingepakt. Nu is het afwachten hoeveel ik uiteindelijk alsnog blijk te zijn vergeten als ik al in the Land Across the Pond zit!
Het was nog even spannend of ik vanwege mijn fijne hoornvliesinfectie a.k.a. herpes simplex keratitis wel weg kon, maar ik ga het toch lekker doen. De infectie begon al weken geleden en is als een soort Donald Trump: een slechte grap die iets te lang blijft duren.
Om het oog wat rust te geven heb ik een leuk ooglapje om; in mijn directe entourage sta ik al bekend als Kapitein Kutoog. Dat is niet waar; die naam verzin ik net en wilde ik persé in deze blog verwerken, sorry.
Ik zal het lapje bij de douane wel nog maar even af laten, want je weet nooit of je voor een mentaal beperkte piraat wordt aangezien en apart genomen wordt voor een anal cavity search. Maar dat terzijde.
Het wordt een lange reis, waarin ik grotendeels in de middelste stoel van de middelste rij in de economy class zit, maar zolang er niet een morbidly obese zwetende kerel aan beide kanten van mij komt zitten, moet het goedkomen.
Het weer daar in het westen wordt goed (belangrijk) en ik heb er hartstikke veel zin in! Of de WiFi altijd genoeg aanwezig en snel genoeg zal zijn, weet ik niet, maar dat merken jullie wel
